Financiering vanuit rijk nadelig voor lokale partijen
Lokale politieke partijen worden benadeeld waar het gaat om subsidiëring. Dat is de belangrijkste conclusie die de Vereniging van Plaatselijke Politieke Groeperingen (VPPG) trekt in het door de vereniging in mei uitgebrachte rapport ‘Partijfinanciering? Kassa! In achterkamertjes'. Sinds 1987 vertegenwoordigt de VPPG lokale politieke partijen en hun raadsleden als een vakbond. Het rapport maakt meerdere punten tegelijkertijd. Tijd voor griffie.nl om te bellen met voorzitter Fons Zinken.
Nadelig
Het rapport van de VPPG legt de nadruk op twee problemen: de Wspp en de modelverordening. In 1999 heeft de Tweede Kamer een nieuwe Wet subsidiëring politieke partijen (Wspp) aangenomen. Deze wet regelt financiële steun voor partijen, maar alleen voor die partijen die in het parlement zitten. De landelijke politieke partijen in de gemeenteraad - de Kieswet onderscheidt geen afdelingen van landelijke partijen - krijgen dankzij hun zitting in de Tweede Kamer jaarlijks € 16 miljoen rijkssubsidie voor bijvoorbeeld scholing, ledenwerving en verkiezingscampagnes. Zij zijn vaak in de meerderheid en volgens de VPPG vanwege de rijkssubsidie geneigd te besluiten artikel 33 (waar het gaat om fractieondersteuning) niet toe te passen. Dit gebeurt bijvoorbeeld door het bedrag voor fractieondersteuning op € 0,- vast te stellen. Deze praktijk zou zich volgens Zinken met het oog op komende bezuinigingen wel eens kunnen gaan uitbreiden.
Dagvaarding
Het percentage zetels dat lokale partijen in de gemeenteraad bezetten groeit nog steeds. In 2005 erkende de Tweede Kamer dat de Wspp aangepast moest worden. Omdat er nog steeds niets is veranderd voor regionale en lokale partijen, heeft de VPPG de Staat der Nederlanden gedagvaard op basis van artikel 4 van de Grondwet en de Europese regelgeving: Iedere Nederlander heeft gelijkelijk recht de leden van algemeen vertegenwoordigende organen te verkiezen alsmede tot lid van deze organen te worden verkozen. Het systeem van subsidiëring dat in de Wspp wordt voorgesteld, zou in strijd zijn met grondrechten zoals verwoord in de Grondwet.
Verplichte verordening
Zinken vertelt dat het onderzoek van de VPPG als doel had om de partijfinanciering inzichtelijk te maken. Daarvoor vroeg de VPPG informatie aan raadsgriffies. Was de modelverordening van de VNG in hun gemeente toegepast? Wat was het vaste deel van de jaarlijkse financiële bijdrage als tegemoetkoming in de kosten voor het functioneren van de fractie? Wat was, indien van toepassing, het deel per raadslid?
In de Gemeentewet staat dat iedere gemeente een verordening moet hebben voor ambtelijke bijstand en fractieondersteuning. Dit is in artikel 33 opgenomen naar aanleiding van een amendement van kamerleden De Cloe, Van der Hoeven en Scheltema-de Nie uit 2001. Onderdeel van de verordening vormt onder andere de hoogte van de fractievergoeding. Tevens bevat deze richtlijnen om te bepalen waaraan dit bedrag besteed mag worden. Het tweede probleem is volgens Zinken dat de manier waarop de VNG met haar modelverordening en gemeenten artikel 33 van de Gemeentewet nu interpreteren nadelig uitpakt voor lokale partijen.
Politieke partij in plaats van fractie
Van de 430 heeft de VPPG van 297 gemeenten een reactie gekregen over de wijze waarop zij hun verordening hebben vormgegeven. Uit de inbreng van alle respondenten maakt Zinken op dat de meeste gemeenten artikel 33 van de Gemeentewet op een onjuiste manier toepassen. Lid 2 van artikel 33 luidt: De in de raad vertegenwoordigde groeperingen hebben recht op ondersteuning. Volgens Zinken gaat het in dit geval niet om een vergoeding aan een deel van de groepering (raadsfractie), maar om de ondersteuning van de fractie vanuit de groepering die zij vertegenwoordigt (de politieke partij, inclusief bestuur en leden). In de praktijk krijgen fracties veelal een fractievergoeding en wordt deze niet aan de politieke partij toegekend. Zinken stelt: ‘Bestuur en leden van de partij hebben nu niets te zeggen over het geld. En dat is niet de bedoeling van de wet'.
Evert Jan Kruijswijk Jansen van Jacques Necker is het daar niet mee eens. ‘Het is duidelijk dat de wet met het woord ‘groepering' verwijst naar iets wat wij kennen als een fractie. Het geld waarover het hier gaat, is immers alleen bedoeld voor die mensen die ook daadwerkelijk raadslid zijn. Wanneer de politieke partij zou beschikken over de financiële ondersteuning in plaats van de fractie, zou je de politieke partijen die niet in de raad vertegenwoordigd zijn benadelen.'
Verwarring ambtelijke bijstand en fractieondersteuning
Op de vraag hoe de VNG op het rapport van de VVPG heeft gereageerd antwoordt Zinken: ‘Met stilte'. Desgevraagd antwoord de VNG zich ‘totaal niet te kunnen vinden in de kritiek' die in het rapport wordt geuit. Gjalt Rameijer van de VNG: ‘De verordening van de VNG sluit juist volledig aan op artikel 33 van de Gemeentewet. De auteur haalt de begrippen ambtelijke bijstand en fractieondersteuning door elkaar.'
Reageren op dit artikel? Lees het rapport en stuur een bijdrage naar mieke@necker.nl
Mieke Mertens
adviseur |
is historica en adviseur bij Jacques Necker. Haar expertise ligt op het terrein van gemeenteraad en griffie. Ze heeft op verschillende griffies gewerkt en doet onderzoek naar kaderstelling door de raad.